Meteen naar de inhoud

‘Je bent een wandelend hoofd’

Dat is ooit eens tegen mij gezegd.

Ik weet nog dat het me raakte.

Alsof er iets niet klopte.

Alsof ik te veel in mijn hoofd zat, en daar eigenlijk uit moest.

 

Ik heb het toen niet als iets positiefs ervaren, ook al was het niet zo bedoeld.

Mijn hoofd kan namelijk inderdaad alle kanten opgaan.

Gedachten die zich aaneenrijgen, van het één naar het ander.

Analyseren, overdenken, vooruitdenken.

Alsof er altijd wel iets is wat nog bekeken of begrepen moet worden.

 

Wat ik toen nog niet zo goed begreep, is dat ons brein daar eigenlijk voor gemaakt is.

Om verbanden te leggen. Om vooruit te denken. Om grip te proberen te krijgen op wat we ervaren.

Alleen kan datzelfde vermogen ons ook vastzetten.

Er kan een moment komen dat denken niet meer helpt om iets te begrijpen, maar juist afstand creëert tot wat er is.

Als gedachten zich blijven herhalen, zonder dat ze ergens echt landen.

 

In mijn werk praat ik met mensen over precies dat soort dingen.

Over onrust. Over een hoofd dat maar doorgaat.

Over het gevoel dat je er soms geen grip op hebt.

Maar wat ik misschien minder vaak zeg, is dat ik dat zelf ook ken.

De dingen waar mijn cliënten tegenaan lopen, zijn mij niet vreemd.

Niet omdat ik hetzelfde meemaak, maar omdat ik herken hoe het kan voelen om in je eigen gedachten verstrikt te raken.

 

In de loop van de tijd is er iets verschoven.

Niet omdat mijn hoofd ineens stil werd, maar omdat ik er anders naar ben gaan kijken.

Minder als iets wat weg moet.

Meer als iets wat blijkbaar bij mij hoort.

Door te accepteren dat iets er is zoals het is, zonder het direct te willen veranderen, ontstaat er ruimte.

En in die ruimte verandert vaak vanzelf de relatie ermee. 

Petra 🌿